Waarom een energielabel?

Waarom is een energielabel verplicht?

De Nederlandse wet- en regelgeving voor de energieprestatie van gebouwen vloeit voort uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD).

Door deze wetgeving moet het energielabel op verschillende momenten worden vastgesteld. Dit geldt voornamelijk bij: 

  • Vergunningsaanvragen; 
  • Opleveringen; 
  • In het kader van verkoop;
  • In het kader van verhuur. 

U bent dus verplicht om een energielabel te kunnen overleggen wanneer u uw woning verhuurd of verkoopt. Bij verhuur moet u de huurder het energielabel kunnen tonen op het moment dat de huur in gaat. Een woningverkoper heeft een zogeheten advertentieplicht. Dat houdt in dat de verkoper het energielabel moet vermelden bij advertenties op bijvoorbeeld Funda of Social Media. 

Voldoet u niet aan het tijdig laten zien van een energielabel? Dan krijgt u een boete. De hoogte van de boete verschilt voor bedrijven en particulieren. De boete bij particulieren is € 435,-. De boete voor bedrijven bij dezelfde overtreding is € 870,-. De handhaving wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport.  Het energielabel is dus vanuit Europese regelgeving verplicht. 

 

Welke doelen dient het energielabel?

  • Het energielabel laat zien hoe energiezuinig of -onzuinig het huis is. 
  • Het geeft een schatting van het energieverbruik o.b.v. laag, gemiddeld en hoog verbruik. 
  • Een goed energielabel kan gunstigere financieringsvoorwaarden opleveren bij verschillende hypotheekverstrekkers. 
  • Uw woning wordt sneller verkocht met een goed energielabel. 
  • Het label geeft diepgaande informatie over de woning. 
  • A.d.h.v. het energielabel kunt u een goed verbeterplan opstellen om uw woning te verduurzamen. 

 

Voor welke gebouwen zijn geen energielabels nodig? 

Voor een aantal gebouwen is geen energielabel benodigd. Deze gebouwen zijn:

  • Beschermde monumenten of gemeentelijke monumenten.
  • Gebouwen voor religieuze activiteiten, zoals kerken en moskeeën. 
  • Vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m². 
  • Bedrijfspanden bedoeld voor opslag of bewerking (fabriekshallen). 
  • Gebouwen die niet langer dan twee jaar worden gebruikt, zoals noodgebouwen en bouwketen. 
  • Recreatiewoningen die minder dan vier maanden per jaar in gebruik zijn. 
  • Gebouwen die geen energie gebruiken om het klimaat binnen te regelen, zoals schuren of garages.